Relaties

Lege woorden

Vertel me van de vreugde
lachend op je gezicht.
Vertel me van de blijheid
in je zachte ogen.
Vertel me van verdriet
en ook van wilde liefde.
Geef me wat je zeggen wil.
Praat zonder woorden,
want woorden stromen
te veel, te vaak en altijd door.
Altijd voort.

Natuur

Koningenspel

Koning Zon bakt
loodzwaar
de aarde gaar.

Was Koning Wind
nu maar daar.
Die streelt immers

– zacht en stil –
ieder die geen hitte wil.

Afscheid

Ploegen

Gebogen naar de aarde
ploeg ik diepe voren
in de grond.

Niets is hier nog hetzelfde
door die diepe voren.
Het zijn mijn voetsporen
die ik op deze aarde
jarenlang ben gegaan.

Elke korrel zand
keer ik om.
Zo laat ik weten:
dit was mijn leven.

Leven

Wakker worden

Nog even waakt de nacht
over deze aarde en mijn leven.
Ik hoor het ritme
van mijn slapend ademhalen.
Het eerste geluid
van deze nieuwe dag.

De schimmen van mijn dromen
verlaten stilaan de kamer.
Aan de verre horizon
gloort het rode licht.
Mijn hemel krijgt weer kleur.
De wereld wordt weer wakker.

Urenlang sloot ik mij af van alles.
Onbewust de hele nacht door.
Zonder bewegen kom ik nu tot leven.
Word ik opgeslorpt
door de hitte van deze dag.
Dit wordt een mooie dag.

Een trein dendert ver weg
naar een plaats
waar ik nooit komen zal,
want hier, op deze plek, is alles goed.
Ik zet de deur wijd open
en een nieuwe dag rolt naar binnen.

Mijn hand rust op de tafel
tussen kruimels en vlekken.
Brood gegeten, koffie gemorst.
En ik denk luidop:
alles is hier goed.
Dit wordt een mooie dag.

Varia

Jonathan

Jonathan is dood.
Jonathan was dik.
Hij was een stomme kloot,
een smeerlap en een flik.

Wanneer hij lachte,
zag je gele tanden.
Dat kon je wel verwachten,
geel met bruine randen.

Erg eenzaam was de man,
vrienden had hij niet.
Hij was geen Don Juan
en kuste nooit een griet.

Jonathan is nu dood.
Nog altijd is hij dik.
Nog steeds een stomme kloot,
een smeerlap en een flik.

Natuur

Rimpels in het zand

De rimpels in het zand,
zorgen van de zee.
Het ruisen in de kruinen,
‘t huilen van de wind.
De druppels op een blad,
de tranen van dit leven.
En als de zwemmer
te ver in zee gaat,
is er geen stem die roept,
geen hoorn die schalt.
De golven nemen hem mee.
Weg van het strand
naar dat andere land.
Daar zijn geen rimpels in het zand,
geen druppels op een blad
en geen ruisende kruinen.