Afscheid

Mijn lieve moeder

Mijn lieve moeder,
je ligt daar zo stil en zonder te bewegen,
je ogen gesloten voor het felle licht.
Je rust niet zomaar een beetje.
Waarom antwoord je niet als ik je naam roep?
Waarom wuif je niet als ik mijn hand opsteek?
Je deed het zo vaak in je leven.

Mijn lieve moeder,
zo wil ik jou niet kennen.
Ik heb nog zoveel te zeggen.
We hebben nog zoveel te doen.
Kom mee met mij en lach dan
je tranen van blijdschap.

Ik weet wel, mijn lieve moeder,
dat zoiets niet kan.
Je voelt je immers goed
op de plek waar je nu bent.
Rust nu maar in vrede.

Voor Adeline Beets
+4 november 2000

Afscheid

Machteloos

Ik wil schreeuwen en gillen,
maar er komt geen geluid.
Ik wil schoppen en slopen,
maar mijn voeten zijn verlamd.

Mijn keel zit dicht
van eindeloos verdriet.
Ik kan niets meer zeggen,
want mijn hart huilt
tranen van verlatenheid.

De vogels, de bomen,
de zee en het land.
Het licht en het water.
Het is er allemaal,
maar ik zie alleen
jouw gezicht in
de waas van m’n tranen.

Leven

Avondland

Zigeunerviolen over
het Avondland.
Traag en droef.
Geen mens hoort ze.

Alleen ik.

En ‘k droom
over hoe mooi
alles was.

Het ochtendgloren
in een rijpend voorjaar.
De trage witte wolken.
De zon gaat nooit onder
en dan dagenlang
spelen in het bos.

Nog geen vijftig
en toch hoor ‘k
zigeunerviolen over
mijn Avondland.
Geen mens hoort ze.

Alleen ik.

Nieuwe dromen zijn gekomen.
Daarom klinken die violen
niet altijd traag en droef.
Ze laten me weten
hoe mooi alles wordt…
en wat voorbij is

Natuur

Opnieuw beginnen

Uit de dichte nevels komen
de geluiden van nergens
en toch van ergens.
Het platgelopen gras
zegt hoe het gisteren was.
Een beek met helder water
stroomt eindeloos naar later.

Hier sta ik dan,
kijkend naar alles wat ik zie
in mijn eigen kleine zijn.
Het maakt me stil vanbinnen.
Ik moet opnieuw beginnen.

Relaties

Nieuw begin

Met mijn handen
boetseer ik je gezicht
hemelsblauw
laat ik je ogen kijken
in de verre verten
kneed ik je lijf
tot tempel van genot.

Denk niet aan
koude winternachten
vol eenzaamheid.
Zij zijn voorbij
en opgeborgen in gisteren.

Dans dagenlang
in het licht van
van de felle zon
sterren knetteren
als ’n vuurgloed
op het ritme
van je hoge hakken.

Denk niet aan
zwoele zomerdagen
vol eenzaamheid.
Zij zijn voorbij
en opgeborgen in gisteren.

Zing met luide stem
het hooglied van
tomeloze vreugde
lach tranen in
je mooie ogen
alsof je altijd
blij ben geweest.

Denk niet aan
vervlogen uren
vol eenzaamheid.
Zij zijn voorbij
en opgeborgen in gisteren.

Relaties

Ode aan Sitanka

Ondanks je zachte ogen
als twee regenbogen
ben je geen lieve lamprei,
maar toch verleid jij mij.
Wat men ook zegt,
je bent niet slecht,
want niet alleen je vacht
is superzacht.
Voor mij ga je door ‘n vuur,
elke minuut, elk uur.
Knuffelen doe je graag,
niet alleen vandaag,
maar keer op keer
en telkens weer.
Je bent mijn bodygard
met een suikerhart.

Varia

Nand

Nand zit op ‘t strand
dicht bij de waterrand.
De voeten in ‘t water.
Hij heeft een ferme kater.
Zijn kop is aan ’t bonken,
want hij was beschonken.

Kijk,
daar zwemmen spinnen
als vissen zonder vinnen.
Hij ziet geen golven,
wel borsten om af te kolven.
Nu zijn alle meeuwen kraaien.
Zo is zijn hoofd is aan ’t draaien.
En z’n adem is aan ‘t stinken
na dat oeverloze drinken.

Leven

Luie zondagmiddag

Alles is uitgewist.
Buiten reizen witte wolken,
maar die ziet ze niet.
’n Stem vertelt van vroeger.
Over vader, moeder
en de kinderen in de klas.
De grimas op het gezicht
is haar eigen glimlach.
Ja, over vroeger
weet ze nog alles,
zelfs de uren en minuten.

Zo is haar luie zondagmiddag.
Hetzelfde als alle dagen.

Relaties

Lege woorden

Vertel me van de vreugde
lachend op je gezicht.
Vertel me van de blijheid
in je zachte ogen.
Vertel me van verdriet
en ook van wilde liefde.
Geef me wat je zeggen wil.
Praat zonder woorden,
want woorden stromen
te veel, te vaak en altijd door.
Altijd voort.

Natuur

Koningenspel

Koning Zon bakt
loodzwaar
de aarde gaar.

Was Koning Wind
nu maar daar.
Die streelt immers

– zacht en stil –
ieder die geen hitte wil.