Relaties

Achter de heuvels

Achter de heuvels van de stad
gloort de zon en alles is grijs.
Geen mens waagt zich op straat.
Ze liggen tussen witte lakens.
Toch slenter ik door de lanen.

Jij loopt langs ’t water
van vreugde en geluk.
De rimpelloze zee weerkaatst
de gloed van je ogen
en je bleekroze huid.
Zomaar zonder woorden.

Achter de heuvels zal ik
stromen van woorden trotseren
en bergen verzetten.
Jij langs ’t water.
Ik door de straten.
Onze wegen vinden elkaar.
Altijd.

Afscheid

Kom terug

Plots was je weg, mijn vader.
Klein breukje in je ader.
Geen afscheid, alleen tot straks.

Te kort heb ik je gekend.
Te veel blijft onbekend.
Ik weet dat ik op jou gelijk,
maar jou zijn… dat kan ik niet.

Mijn leven ging door
met wat minder verdriet.
En al hoor je mij niet,
toch zeg ik: “Bedankt, pa!”

En ook: “Kom terug.”

Voor Frans Kumpen
+23 november 1971

Relaties

Gebed

God,
is het leven zo dun?
Zo vluchtig, zo niks?

Eén fout woord.
Eén stap te ver.
Eén glas te veel.
Eén keer niet remmen.
Pijn en verdriet.

Nee, God,
ik geloof ik je niet.

Jouw handen, haar woorden
je knipoog, haar ogen
je lach, haar lippen
jouw knuffel, haar zoen.

Daar is het om te doen.

Leven

De fietser

De fietser baant zich een weg
door nevel en door regen.
Gebogen over het stuur
ook al is het buiten zo guur.
Altijd op weg naar ergens.
Nimmer stopt zijn rit.
Hij doorklieft muren van mist
die het leven soms is.

Beukend tegen storm en wind
verslaat hij woeste orkanen.
Nergens houdt hij halt.
Hij houdt de wielen draaiend.
Altijd verder weg van
waar hij vertrok.
Dat is zijn lot.

Fietsend baant hij zich een weg
door nevel en door regen.
Ergens aan de kant van de weg
– ver hier vandaan –
brandt het vuur dat hem verwarmen zal.

Maar eerst…
eerst baant hij zich een weg
door nevel en door regen.

Leven

Dromen

Met mijn armen als vleugels
zweef ik over bergen en dalen.
Het groene land en de blauwe lucht
glijden voorbij als boten
op de golven van het meer.
Met mijn voeten als wielen
scheur ik door straten en door lanen.
De huizen en de bomen
flitsen links en rechts
als treinen van stad naar stad.
Met mijn lijf vol vinnen
duik ik in de diepte van de zee.
De haai, de potvis en makreel
zijn mijn beste vrienden
tussen de algen en het wier.

Wat een leuk leven is het hier.

Afscheid

Aan de machine

Ik adem, dus ik besta.
Deels wel, deels niet.
Mijn denken is weg.
Mijn voelen slaapt stil.
Mijn zien is gezien.
Horen doen mijn oren.
’t Zwijgen is voor mijn mond.

Vergeet mij niet. Denk aan mij.
Maak jouw voelen wakker.
Kijk naar mij, kijk mij aan.
Blijf bij mij. Niet weggaan.
Hoor het ritme in de kamer.
Luister naar m’n adem.
Ik ben er nog.

Afscheid

Mijn lieve moeder

Mijn lieve moeder,
je ligt daar zo stil en zonder te bewegen,
je ogen gesloten voor het felle licht.
Je rust niet zomaar een beetje.
Waarom antwoord je niet als ik je naam roep?
Waarom wuif je niet als ik mijn hand opsteek?
Je deed het zo vaak in je leven.

Mijn lieve moeder,
zo wil ik jou niet kennen.
Ik heb nog zoveel te zeggen.
We hebben nog zoveel te doen.
Kom mee met mij en lach dan
je tranen van blijdschap.

Ik weet wel, mijn lieve moeder,
dat zoiets niet kan.
Je voelt je immers goed
op de plek waar je nu bent.
Rust nu maar in vrede.

Voor Adeline Beets
+4 november 2000

Afscheid

Machteloos

Ik wil schreeuwen en gillen,
maar er komt geen geluid.
Ik wil schoppen en slopen,
maar mijn voeten zijn verlamd.

Mijn keel zit dicht
van eindeloos verdriet.
Ik kan niets meer zeggen,
want mijn hart huilt
tranen van verlatenheid.

De vogels, de bomen,
de zee en het land.
Het licht en het water.
Het is er allemaal,
maar ik zie alleen
jouw gezicht in
de waas van m’n tranen.

Leven

Avondland

Zigeunerviolen over
het Avondland.
Traag en droef.
Geen mens hoort ze.

Alleen ik.

En ‘k droom
over hoe mooi
alles was.

Het ochtendgloren
in een rijpend voorjaar.
De trage witte wolken.
De zon gaat nooit onder
en dan dagenlang
spelen in het bos.

Nog geen vijftig
en toch hoor ‘k
zigeunerviolen over
mijn Avondland.
Geen mens hoort ze.

Alleen ik.

Nieuwe dromen zijn gekomen.
Daarom klinken die violen
niet altijd traag en droef.
Ze laten me weten
hoe mooi alles wordt…
en wat voorbij is

Natuur

Opnieuw beginnen

Uit de dichte nevels komen
de geluiden van nergens
en toch van ergens.
Het platgelopen gras
zegt hoe het gisteren was.
Een beek met helder water
stroomt eindeloos naar later.

Hier sta ik dan,
kijkend naar alles wat ik zie
in mijn eigen kleine zijn.
Het maakt me stil vanbinnen.
Ik moet opnieuw beginnen.