Leven

De fietser

De fietser baant zich een weg
door nevel en door regen.
Gebogen over het stuur
ook al is het buiten zo guur.
Altijd op weg naar ergens.
Nimmer stopt zijn rit.
Hij doorklieft muren van mist
die het leven soms is.

Beukend tegen storm en wind
verslaat hij woeste orkanen.
Nergens houdt hij halt.
Hij houdt de wielen draaiend.
Altijd verder weg van
waar hij vertrok.
Dat is zijn lot.

Fietsend baant hij zich een weg
door nevel en door regen.
Ergens aan de kant van de weg
– ver hier vandaan –
brandt het vuur dat hem verwarmen zal.

Maar eerst…
eerst baant hij zich een weg
door nevel en door regen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *