Varia

Winkelkar

Een pot mayonaise.
Voor mijn sokjes:
een fles Febreze.
Vijf schijfjes jonge kaas.
De rug van een haas.
Radijsjes en peren.
Twee kaneelstokjes,
goed te verteren.

Een liter slagroom
en een groot doosje
pitten van de pijnboom.
Honderd gram ham.
Een nieuwe kam.
Twee repen chocola,
een rood roosje
en één krop sla.

Ziezo. Klaar.
Vertrekken maar!

Varia

Als ik de koning was

Als koning van dit land zou ik lintjes verdelen.
Niet aan hoge pieten, zij zijn met te velen,
maar aan ‘t gewone volk in dit land.
Ik zou geen titels en medailles uitdelen
aan de bewoners van kastelen.
Gewone mensen kwamen in de adelstand
als ik de koning was van dit land.

Voor de meisjes die anderen verplegen
zou ik de hoogste titel overwegen.
Hun werk is interessant, maar ook riskant.
Over de straatvegers moest ik geen overleg plegen.
Ik zou hen tot ridder slaan met mijn degen.
Jan met de pet zou ik belonen met ‘n diamant
als ik de koning was van dit land.

Voor mezelf was een paleis dan te veel
en aan ‘t VIP-gedoe nam ik niet deel.
Een kaartje leggen is zeker zo plezant.
Edele heren noemen zoiets immoreel
en voor een heerser niet functioneel.
Toch vind ik eenvoudig-zijn niet gênant,
zelfs niet voor de koning van dit land.

Varia

Alles is anders

Een auto is geen kist op wielen, maar prestige.
Make up is geen poeder, maar schone schijn.
Een huis is geen stenen kast, maar cocoonen.
Een fiets is geen zadel op twee cirkels, maar fitheid.
Een pilsje is geen alcohol met schuim, maar vriendschap.
Een reis is geen uitstap, maar genieten.
Een appel is geen fruit, maar gezondheid.
Een koffie is geen drank, maar gezelligheid.
Een taart is geen slagroom, maar feest.
Een hond is geen beest, maar je vriend.
De lucht is geen hoop gas, maar de hemel.

Niets is wat het is.

Varia

Zotte dagen

Er dansen zwanen
door de eindeloze lanen.
Vissen zonder graten
zwemmen in de straten.
Er spelen katten
met de vele ratten.
En gekke mensen
sturen hun wensen
naar dames en heren
die ze anders schofferen.

Even heerst er vrede
en leven we in ’t Hof van Eden.
Dit duurt maar enkele weken,
zo is eerder al gebleken.

Varia

Kippenvlees

De winter is voorbij.
De sneeuw is geruimd.
Straks is het weer mei
en worden kippen gepluimd.

We braden hen aan ‘t spit
tijdens onze feesten.
Hun vlees is immers wit
en ’t zijn lekkere beesten.

Rood vlees is ongezond.
Daar krijg je kanker van.
We eten ‘t op tijd en stond,
want de dokter is ‘n zageman.

Varia

De trein

De trein doorklieft
met denderend geweld
het pas gemaaide veld.
Hij brengt vliegensvlug
mensen heen en terug.
Soms doet hij dat op tijd
maar dan heeft hij spijt.
En de dag nadien

– je zal het zien –
is hij weer te laat.
Dan zijn de mensen kwaad.

Varia

Nand

Nand zit op ‘t strand
dicht bij de waterrand.
De voeten in ‘t water.
Hij heeft een ferme kater.
Zijn kop is aan ’t bonken,
want hij was beschonken.

Kijk,
daar zwemmen spinnen
als vissen zonder vinnen.
Hij ziet geen golven,
wel borsten om af te kolven.
Nu zijn alle meeuwen kraaien.
Zo is zijn hoofd is aan ’t draaien.
En z’n adem is aan ‘t stinken
na dat oeverloze drinken.

Varia

Jonathan

Jonathan is dood.
Jonathan was dik.
Hij was een stomme kloot,
een smeerlap en een flik.

Wanneer hij lachte,
zag je gele tanden.
Dat kon je wel verwachten,
geel met bruine randen.

Erg eenzaam was de man,
vrienden had hij niet.
Hij was geen Don Juan
en kuste nooit een griet.

Jonathan is nu dood.
Nog altijd is hij dik.
Nog steeds een stomme kloot,
een smeerlap en een flik.