Relaties

Donker

Als een scherpe laserstraal
tracht jouw liefde
mijn hart te bereiken.
Ze botst op de donkere wolken
die nooit van mij wijken.

De klanken uit je mond
kan ik niet verstaan.
Als een stroom van water
spoelen ze alles weg.
Neen, ik hoor geen geschater.

En plots droom ik jouw droom.
Aan het eind van dit gedicht
is alles weer helder en licht.

Relaties

De nar

Verkleed als een ouderwetse nar
loopt hij mee in de stoet
op zoek naar een nieuwe snoet.
Hij is weer een jaartje ouder,
maar ook een beetje bouder.
Hij wordt stilaan een oude knar.

De vrouw van de slager
juicht ‘em luidruchtig toe.
Zij is zijn chouchou.
Deze lieve Chantal
is de knapste van ‘t heelal.
Voor haar stapt hij trager.

De vrouw van de bakker
staat tien meter verder.
Hij is haar zachte herder.
Met klamme handjes kijkt Odette
naar haar stoere vedette.
Voor haar blijft hij wakker.

Op elke hoek staat er eentje.
Als ze hem zien komen
beginnen ze te dromen
van al die wilde nachten
waar ze telkens naar smachten.
Hij is ‘n echt fenomeentje.

Leven

Later

In een Hechtelse duin
stop ik alles onder ‘t zand.
Mijn huis en mijn tuin,
mijn lievelingsplant.
Mijn gerimpeld gelaat,
mijn overtollig vet,
mijn iPhone-apparaat
en mijn Lottobiljet.

Boven het ruime sop
laat ik mijn vlieger op.
Daarop kan je de synthese
van mijn leven lezen.

© Foto Rudi Kumpen

Natuur

Grassprietje

Waar de zon alles heeft verbrand,
houdt het kleine sprietje stand.
Stoer rechtop met de borst vooruit.
Lenig zwiepend, kleine schavuit.

Mieren kriebelen kietelend.
Torren morren knorrend.

Daar is het grasmachien.
’t Sprietje houdt ‘t voor gezien
en zingt zijn afscheidslied,
want vluchten kan het niet.

© Foto: Rudi Kumpen

Varia

Winkelkar

Een pot mayonaise.
Voor mijn sokjes:
een fles Febreze.
Vijf schijfjes jonge kaas.
De rug van een haas.
Radijsjes en peren.
Twee kaneelstokjes,
goed te verteren.

Een liter slagroom
en een groot doosje
pitten van de pijnboom.
Honderd gram ham.
Een nieuwe kam.
Twee repen chocola,
een rood roosje
en één krop sla.

Ziezo. Klaar.
Vertrekken maar!

Leven

Als de katholieken nondedju zeggen

Als de katholieken nondedju zeggen
en kippen geen eieren willen leggen.
De brandweer een beek gaat dreggen
op zoek naar een verdronken man.

Een fiets onder een vrachtwagen
en relschoppers die om slagen vragen.
Betweters die over alles klagen
zelfs over ’n vliegje in de pan.

Als ’t hele land naar afval stinkt
en nergens een sterretje blinkt.
Als er geen goed nieuws weerklinkt,
wees dan zelf niet negatief.

Leg de krant dan maar opzij
en drink ‘n koffie met wat melk erbij.
Kijk in de spiegel en voel je vrij.
Echt waar: vele mensen vinden je lief.

© Foto: Rudi Kumpen

Varia

Als ik de koning was

Als koning van dit land zou ik lintjes verdelen.
Niet aan hoge pieten, zij zijn met te velen,
maar aan ‘t gewone volk in dit land.
Ik zou geen titels en medailles uitdelen
aan de bewoners van kastelen.
Gewone mensen kwamen in de adelstand
als ik de koning was van dit land.

Voor de meisjes die anderen verplegen
zou ik de hoogste titel overwegen.
Hun werk is interessant, maar ook riskant.
Over de straatvegers moest ik geen overleg plegen.
Ik zou hen tot ridder slaan met mijn degen.
Jan met de pet zou ik belonen met ‘n diamant
als ik de koning was van dit land.

Voor mezelf was een paleis dan te veel
en aan ‘t VIP-gedoe nam ik niet deel.
Een kaartje leggen is zeker zo plezant.
Edele heren noemen zoiets immoreel
en voor een heerser niet functioneel.
Toch vind ik eenvoudig-zijn niet gênant,
zelfs niet voor de koning van dit land.

Natuur

Onkruid

Tien bloemen op een rij,
zonnend in het gras.
Ze maken mij vrolijk en blij.

Ik ontwijk ze bij ’t maaien
en heb ze heel erg lief.
Ik ga ze soms zelfs aaien.

Die gele vlekjes in ’t groen…
ik kan ze niet missen.
Van mij krijgen ze een zoen.

© Foto Rudi Kumpen

Leven

Chaos

Moe.
Doodmoe.
Ontwaken
zonder slapen.

Zwart.
Verward.

Ladderzat.

Wanhoop?

© Foto Rudi Kumpen

Natuur

Intens verlangen

Ik heb reeds lang
een intens verlangen
naar de oase
achter de horizon.
Een helder verlichte plaats,
bruisend van leven,
waar het niet dagenlang
in-en-in stil is
van ongezegde woorden.

Het verlangen is
als de horizon zelf:
hoe dichter ik nader,
hoe verder ze wegtrekt.

(c) Foto Rudi Kumpen